Het dierenleven in het ondiepe strandwater aan de Belgische kust is de voorbije dertig jaar sterk veranderd. Dat blijkt uit een vergelijking van recente gegevens van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) met onderzoek uit de jaren 90. Koudwatersoorten nemen af, terwijl warmteminnende soorten en kamkwallen steeds vaker voorkomen.
Voor het onderzoek vergeleek het VLIZ gegevens uit het burgerwetenschapsproject SeaWatch-B (2014-2025) met onderzoeksresultaten die de Universiteit Gent verzamelde in 1996 en 1997.
Uit de analyse blijkt dat typische koudwatersoorten zoals de grijze garnaal, grondels, haring en sprot fors achteruitgaan. De dichtheid van de grijze garnaal daalde volgens het VLIZ met 78 procent ten opzichte van dertig jaar geleden. Ook strandkrabben en grondels worden veel minder aangetroffen in de brandingszone.
Tegelijk winnen warmteminnende soorten terrein. Zo komt de giftige kleine pieterman vandaag veel vaker voor dan vroeger. Ook de Atlantische grijze zwemkrab, een niet-inheemse soort, heeft zich intussen aan de Belgische kust gevestigd.
Daarnaast stellen de onderzoekers vast dat kamkwallen, zoals het zeedruifje en de Amerikaanse kamkwal, sterk in aantal zijn toegenomen.
"Dierlijk leven fundamenteel gewijzigd"
Volgens het VLIZ heeft ook de klimaatopwarming een invloed op het moment waarop verschillende soorten in het strandwater voorkomen. Sommige dieren verschijnen vroeger in het jaar, andere net later of mijden de warmste zomermaanden.
"Het dierlijk leven in de surfzone is fundamenteel gewijzigd ten opzichte van dertig jaar geleden", besluit het VLIZ. Volgens het instituut toont het onderzoek ook de meerwaarde aan van burgerwetenschap. Dankzij het SeaWatch-B-project konden vrijwilligers gedurende elf jaar gegevens verzamelen die een unieke vergelijking met historische onderzoeksresultaten mogelijk maken.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?