Vlaanderen wil snoeien in subsidies: luchthavens van Oostende en Wevelgem “moeten meer op eigen benen staan”
De Vlaamse regering is van plan te snijden in de subsidies die ze aan de luchthavens van Oostende, Kortrijk (Wevelgem) en Antwerpen (Deurne) geeft. Dat schrijft De Tijd woensdag op basis van meerdere regeringsbronnen. Vlaams minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) werkt momenteel aan nieuwe subsidieovereenkomsten.
De drie luchthavens moeten van de Vlaamse regering meer op eigen benen staan, maar hoe dat te rijmen valt met hun precaire financiële positie is maar de vraag. De coalitiepartners vinden dat De Ridder in haar toekomstvisie voor de luchthavens, waar ze parallel aan werkt, onvoldoende toont hoe ze economisch rendabel te maken zijn.
In een document dat De Tijd kon inkijken, wordt gesproken over de ontwikkeling van ongebruikte terreinen en parkeerplaatsen en het verhogen van de passagiersaantallen, maar ook over betere busverbindingen en de plaatsing van zonnepanelen.
Verlieslatend
De subsidies aan de regionale luchthavens zijn omstreden, omdat ze zonder niet overeind zouden blijven. In 2024 ging het volgens cijfers van De Ridder samen om 13 miljoen euro exploitatiesubsidies. Daarbovenop kregen de vlieghavens over meerdere jaren ook nog investeringssubsidies. Toch draaiden Antwerpen en Kortrijk in 2024 verlies, terwijl Oostende enkel winst boekte door een niet-recurrente opbrengst van een half miljoen mee te tellen.
Volgens een kosten-batenanalyse uit 2022 zou een sluiting van Antwerpen en Kortrijk veruit het beste scenario zijn. Daarvan moet De Ridder echter niets weten. N-VA vindt dat de Antwerpse haven en diamantsector een eigen luchthaven rechtvaardigen, ook al ligt die op een steenworp van Brussels Airport.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?