Oekraïense brandweerlui op bezoek in Kortrijk en Zwevegem: “We zijn echt vrienden geworden”
Een Oekraïense brandweerdelegatie is momenteel op bezoek bij hun collega's in Kortrijk en Zwevegem. Zij komen hier kennis uitwisselen, bijvoorbeeld over gezondheidszorg onder extreme druk, of onderwijs. De partners kijken ook verder, want vroeg of laat zal de heropbouw van het land moeten herbeginnen, met natuurlijk heel wat uitdagingen.
Een Oekraïense delegatie uit de regio Chernihiv brengt een werkbezoek aan Kortrijk en Zwevegem. Belgische en Oekraïense hulpverleners en andere professionals wisselen er kennis uit over onder meer brandweerwerking, gezondheidszorg en onderwijs in crisissituaties. De samenwerking moet ook de basis leggen voor de wederopbouw van Oekraïne.
Leren van elkaars ervaringen
Ook de Oekraïense delegatie kijkt tevreden terug op de uitwisseling. Andrew Linnyk, directeur van de gezondheidszorgdienst in de regio Chernihiv, sprak met Belgische collega's over de werking van ziekenhuizen onder moeilijke omstandigheden.
“Ik heb geleerd over de mogelijkheden van de ziekenhuizen en verteld over de manier waarop wij in Oekraïne moeten werken. Het was zeer interessant. We zijn echt vrienden geworden en ik hoop dat we nog meer kunnen samenwerken”, zegt Linnyk.
Rust maakt indruk
Naast de professionele uitwisseling maakte ook de rust indruk op de Oekraïense bezoekers. Voor sommigen was het de eerste keer in jaren dat ze een nacht konden doorslapen zonder gewekt te worden door oorlogsgeluiden.
“Ze zijn ontzettend dankbaar. Van onze kant zijn we vooral heel nederig geworden”, klinkt het bij de Belgische delegatie.
De partners kijken intussen ook vooruit. De contacten tussen beide regio's moeten op termijn helpen om samen te werken aan de wederopbouw van Oekraïne.
Benefiet
De vrijwilligersorganisatie Zwever zet haar engagement voor Oekraïne in november verder met haar jaarlijks benefietconcert. Op 22 november staan Ozark Henry en Het Kortrijks Vocaal Ensemble op het programma in Zwevegem.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?