De spoeddienst van AZ Oostende heeft een uitzonderlijk drukke maand juli achter de rug. Met bijna 5.000 aanmeldingen en piekdagen van bijna 200 patiënten bevestigt het ziekenhuis zijn positie als drukste spoeddienst aan de Belgische kust. Om de zomerdrukte op te vangen, werden extra behandelruimtes en personeel voorzien.
De spoeddienst van AZ Oostende kreeg in juli bijna 5.000 patiënten over de vloer. Op vier dagen werden zelfs bijna 200 patiënten op één dag behandeld, een stijging van zo'n 10 procent tegenover vorig jaar.
"AZ Oostende heeft eigenlijk de drukste spoedgevallendienst van de kust", zegt directeur Patiëntenzorg Inge Luts. "We hebben juli afgeklokt op ruim 4.800 spoedaanmeldingen. Dat zijn er echt wel veel."
Om de drukte op te vangen, breidde het ziekenhuis de spoeddienst uit met extra behandelboxen, wachtruimtes en onderzoekskamers. Er kwam ook een extra reanimatiezaal voor traumapatiënten en momenteel wordt gewerkt aan een aparte kinderafdeling binnen de spoed.
Kinderland
"De spoed is aanzienlijk groter geworden", zegt Luts. "We zijn nu ook nog bezig met een kinderland, specifiek om kinderen beter op te vangen."
Volgens hoofdverpleegkundige Tim Piens verloopt de zomer voorlopig zoals verwacht. "We zien niet bijzonder veel andere aanmeldingen dan anders. Tijdens hittegolven merken we wel meer oudere patiënten met uitdrogingsverschijnselen of andere hittegerelateerde klachten. Daar zijn we op voorbereid."
Niet alleen medische zorg
Naast medische zorg besteedt het ziekenhuis ook aandacht aan de opvang van patiënten en hun familie, bijvoorbeeld na agressie-incidenten of vechtpartijen. Ook het personeel krijgt daarvoor de nodige ondersteuning. "Zo vaak als mogelijk proberen we iedereen gerust te stellen", zegt Piens. "Een geruststellend woordje doet al heel veel, los van het medische."
Ook voor de medewerkers zelf is nazorg belangrijk, benadrukt Inge Luts. "We trainen ons personeel om met agressie om te gaan en ondersteunen hen ook wanneer gebeurtenissen emotioneel zwaar wegen. Dat is cruciaal."
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?