“Niet panikeren, maar alert blijven”: drone-experts in opleiding over recente meldingen
Ook bij de opleiding Drone Applications aan de Vives Hogeschool in Oostende volgen studenten en docenten de recente drone-incidenten in ons land van dichtbij. Ze zien hoe de aandacht voor onbemande toestellen groeit — en tegelijk ook de nood aan kennis over detectie en beveiliging.
De opleiding Drone Applications aan de Vives Hogeschool in Oostende zit middenin de actualiteit. De voorbije dagen doken er overal in het land meldingen op van mysterieuze drones, en dat laat ook de toekomstige dronespecialisten niet koud.
“Het nieuws komt echt van alle kanten”, zegt docent Mathieu De Meyer. “Er circuleren wazige beelden, onder meer van boven Brussel. Wat er precies aan de hand is, weten we niet, maar het roept heel wat vragen op.” Ook bij de studenten is de interesse groot. Milan Claeys, student in de opleiding, noemt het “enorm boeiend." "Het is relevanter dan ooit en zot hoe snel alles nu evolueert”, zegt hij.
"Wat er precies aan de hand is, weten we niet, maar het roept heel wat vragen op.”
Niet in paniek raken
De opleiding in Oostende spitst zich niet enkel toe op het besturen van drones, maar ook op hun detectie en mogelijke misbruik. Op de campus staat zelfs een detectieantenne die wordt gebruikt voor onderzoek en praktijkoefeningen. “Een aantal van onze studenten zal wellicht terechtkomen in het anti-droneverhaal”, legt De Meyer uit. “Dat klinkt misschien vreemd, maar het toont aan hoe breed het domein geworden is."
"We moeten vermijden dat er bij elke dronevlucht alarm wordt geslagen.”
Volgens student Kirill Peeters is de toegenomen aandacht terecht: “Er is gewoon steeds meer expertise nodig. Zelfs organisaties met minder goede bedoelingen bestuderen wat drones kunnen.” Toch waarschuwt docent De Meyer om niet in paniek te raken. “Het is goed dat mensen alert zijn, zeker in de buurt van luchthavens of militaire zones. Maar we moeten vermijden dat er bij elke dronevlucht alarm wordt geslagen.”
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?