Vrijwilligers willen huiswerkklassen Oostende behouden: “Kwetsbare kinderen dreigen ondersteuning te verliezen”
De beslissing van Stad Oostende om de huiswerkklassen vanaf volgend schooljaar stop te zetten, blijft voor beroering zorgen. De 39 vrijwilligers die meewerken aan het project vragen het stadsbestuur om de maatregel te heroverwegen. Volgens hen dreigen kwetsbare kinderen belangrijke ondersteuning te verliezen.
De huiswerkklassen bestaan al 18 jaar en bieden begeleiding aan een vijftigtal leerlingen uit kansarme gezinnen. Kinderen van het derde tot het zesde leerjaar krijgen er hulp bij schoolwerk, taalontwikkeling en studievaardigheden, ondersteund door professionele medewerkers en vrijwilligers.
De vrijwilligers zeggen dat ze op 22 mei via e-mail op de hoogte werden gebracht van de stopzetting. Volgens hen gebeurde dat zonder voorafgaand overleg.
In een bezwaarschrift uiten ze verschillende bezorgdheden. Zo vrezen ze dat de beslissing een einde maakt aan een werking die jarenlang een belangrijke rol speelde voor kwetsbare kinderen. Ook waarschuwen ze dat opgebouwde expertise, samenwerkingen met scholen en vertrouwensbanden met gezinnen verloren dreigen te gaan.
"De stopzetting betekent een breuk met het engagement van de stad tegenover kwetsbare kinderen die extra ondersteuning nodig hebben bij hun schoolloopbaan", schrijven de vrijwilligers. Ze stellen ook vragen bij het aangekondigde alternatief. "De belofte dat er een beter alternatief komt, is vaag en schept weinig vertrouwen."
"We verzetten ons tegen een onvoldoende onderbouwde beslissing die te weinig rekening houdt met de impact op deze kwetsbare kinderen."
Met hun bezwaarschrift vragen ze het stadsbestuur om opnieuw in overleg te gaan met alle betrokken partijen en de beslissing te herbekijken.
Stad Oostende liet eerder weten dat de huiswerkklassen worden stopgezet om budgettaire redenen. Het stadsbestuur wil in de toekomst sterker inzetten op brugfiguren die kinderen en gezinnen op een bredere manier moeten ondersteunen.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?