Vlaamse regering knipt fors in subsidies regionale luchthavens
Luchthaven Oostende - Archief
De Vlaamse regering schroeft de subsidies voor de regionale luchthavens gevoelig terug. Uit een tabel van minister van Mobiliteit Annick De Ridder (N-VA) blijkt vrijdag onder meer dat er voor de luchthaven Oostende-Brugge sprake is van een daling van 26,8 procent. De luchthaven van Kortrijk-Wevelgem moet het de komende jaren met 5,7 procent minder doen.
Met het akkoord over de toekomst van de regionale luchthavens kan de regering-Diependaele een lastige kiezel uit de schoen verwijderen. Coalitiepartners N-VA, Vooruit en CD&V zaten maandenlang niet op een lijn. Zo hadden CD&V en vooral Vooruit grote vragen bij de efficiëntie van miljoenen euro's aan overheidssteun voor de regionale luchthavens.
Regeringspartij N-VA, met bevoegd minister De Ridder op kop, hamerde er dan weer steevast op dat er niet is afgesproken om regionale luchthavens te sluiten. In het regeerakkoord staat wel dat de regionale luchthavens efficiënter en met minder overheidssteun moeten werken.
Duurzame toekomst
Nu is er volgens minister-president Matthias Diependaele (N-VA) een oplossing gevonden die een "duurzame toekomst" voor de regionale luchthavens garandeert. Ook minister De Ridder toonde zich opgetogen. "Ik ben verheugd dat we een toekomstgericht en duurzaam kader voor onze regionale luchthavens hebben vastgelegd. We verhogen de samenwerkingen tussen de vier Vlaamse luchthavens en zetten in op efficiëntiewinsten en minder werkingsmiddelen. De luchthavens kunnen zich nu opnieuw focussen op de essentie: een duurzame en toekomstgerichte groei", aldus minister De Ridder in een eerste reactie aan Belga.
Nog niet alle details van het akkoord zijn bekend, maar uit een tabel blijkt alvast dat de middelen voor de luchthaven van Oostende-Brugge dalen van 131 miljoen euro in de periode 2020-2024 naar bijna 96 miljoen euro in de periode 2025-2029, een daling met 26,8 procent. Voor de luchthaven van Kortrijk-Wevelgem is er voor dezelfde periodes sprake van een daling van 11,1 miljoen euro naar 10,5 miljoen euro of omgerekend zo'n 5,7 procent.
Geen blanco cheque
Vlaams parlementslid Simon Bekaert (Vooruit) reageert tevreden op het akkoord. Volgens hem is het voor Vooruit altijd duidelijk geweest dat de belastingbetaler niet moet opdraaien voor regionale luchthavens die vooral dienen voor vluchten met privéjets. Hij spreekt van een kentering, aangezien er voor het eerst in lange tijd minder overheidsgeld naar de regionale luchthavens gaat. Bekaert benadrukt wel dat er "geen blanco cheque meer" wordt gegeven en dat de situatie in 2031 opnieuw geëvalueerd wordt.
Bekaert wijst er ook op dat de regionale luchthavens meer zullen moeten samenwerken met Brussels Airport, en dat dit een oefening is die nu wordt opgestart. Hij noemt de luchthaven van Oostende-Brugge economisch het meest rendabele van de regionale luchthavens, omdat die meer passagiers en vooral meer cargo verwerkt dan de luchthaven van Deurne. Over Kortrijk-Wevelgem is hij kritischer. Die luchthaven dient volgens hem vooral nog voor privé vluchten, waardoor een daling van de subsidies volgens hem logisch is.
Kritiek
Bij Groen klinkt een andere toon. Parlementslid Jeremie Vaneeckhout noemt het onbegrijpelijk dat er ondanks de kritiek nog steeds miljoenen euro's overheidsgeld naar de luchthaven van Kortrijk-Wevelgem vloeien. Hij verwijst naar het feit dat de luchthaven gemiddeld amper 30 reizigers per dag telt en dat elk ticket voor een zakenvlucht de afgelopen jaren gemiddeld 300 euro overheidssteun kreeg. Na vijftien jaar zoeken is er nog altijd geen private uitbater gevonden die er economisch potentieel in ziet, aldus Vaneeckhout. Hij noemt het voortzetten van de steun zonder duidelijk plan onverdedigbaar.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?