Pilootproject rond inclusie start ook in West-Vlaanderen: gewone en buitengewone scholen werken nauwer samen
Vanaf volgend schooljaar stappen ook enkele scholen in onze provincie in een pilootproject dat regulier en buitengewoon onderwijs dichter bij elkaar moet brengen. De hervorming moet leiden tot meer inclusie, met extra ondersteuning voor leerlingen in hun eigen buurt.
Vlaams minister van Onderwijs Zuhal Demir wil dat minder kinderen naar het buitengewoon onderwijs moeten. Vandaag gaat het om zo’n 6 procent van alle leerlingen, terwijl het Europees gemiddelde drie keer lager ligt. Tegelijk wil ze het aantal labels, zoals ADHD, ASS of dyslexie, terugdringen. De nieuwe pilootscholen moeten daarbij de eerste stap zetten.
Begeleiding op maat
In Oostende werkt basisschool OLVO Vuurtoren al langer aan inclusie via het project Onwijs Onderwijs. De school probeert leerlingen met uiteenlopende noden zo veel mogelijk in de klas te houden, met begeleiding op maat.
Directeur Jan De Wit merkt dat de noden in de wijk sterk evolueren. “Een jaar of vier geleden zijn we gaan kijken wat hier leeft: meer diversiteit, meer kinderen met SES-kenmerken. We zochten handvaten om daar als team beter mee om te gaan,” zegt hij.
Ook zorgcoördinator Benoit Delaere ziet hoe belangrijk aangepaste ondersteuning is. “We hebben veel meer kinderen met specifieke uitdagingen en veel anderstalige leerlingen. Dat is niet vanzelfsprekend, maar we proberen onze school zo aan te passen dat het toch lukt,” legt hij uit. “Zo hebben we een snoezelruimte waar kinderen kunnen ontprikkelen als het in de klas even te veel wordt.”
Buitengewoon onderwijs verdwijnt niet
De hervorming moet uiteindelijk leiden tot zogeheten inclusiecampussen, waar expertise uit gewoon en buitengewoon onderwijs samenkomt en leerlingen uit beide systemen op één site les kunnen volgen. Zo zouden ook de lange busritten naar gespecialiseerde scholen verminderen.
“We zoeken naar manieren om kinderen zo veel mogelijk ondersteuning te geven op de lokale school, dicht bij de kerktoren,” zegt De Wit. “We kijken daarbij wat we zelf kunnen doen en waar externe partners zoals het CLB en het leersteunnetwerk kunnen helpen. We zetten ook stappen richting samenwerking met het buitengewoon onderwijs: wij gaan bij hen hospiteren en zij komen bij ons. Dat maakt het verrijkend.”
Het buitengewoon onderwijs verdwijnt niet, maar zal in de toekomst meer complementair werken. De lijst met veertig pilootscholen die op 1 september starten, wordt binnenkort afgerond. De volledige hervorming moet tegen 2040 klaar zijn.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?