Brugse bossen in de Ardennen blijven geld opbrengen, ondanks strengere natuurregels
De 1.300 hectare bos die het OCMW van Brugge bezit in de Luxemburgse Ardennen blijven een belangrijke bron van inkomsten. De houtverkoop leverde dit jaar zo’n 665.000 euro op. Tegelijk wordt het steeds zoeken naar een evenwicht tussen economische opbrengst en strengere natuurregels.
De uitgestrekte bossen, die al sinds 1899 eigendom zijn van het OCMW Brugge, worden nog altijd actief beheerd. Jaarlijks worden bomen verkocht via openbare houtverkopen. Eén van de vaste afnemers is houtzagerij Hoffman uit Sankt-Vith. “Wij krijgen een verkoopcatalogus met daarin de percelen en de volumes,” legt zaakvoerder Werner Hoffman uit. “We bekijken die ter plaatse, berekenen een prijs en brengen dan een bod uit. Als we winnen, laten we het hout kappen en naar onze zagerij brengen.”
Het hout wordt vervolgens verwerkt tot constructiemateriaal, onder meer voor bouwprojecten in Brugge. “Zo zijn bijvoorbeeld carports op ziekenhuisparkings gemaakt met hout uit onze bossen,” klinkt het bij het OCMW.
Beheer blijft rendabel
De inkomsten uit houtverkoop schommelen van jaar tot jaar. Dit jaar bracht dat ongeveer 665.000 euro op, wat iets minder is dan in eerdere jaren. “Dat is deels normaal,” klinkt het. “Bosbeheer is cyclisch: soms wordt er meer geoogst, soms minder. Bovendien zet het Waalse natuuragentschap steeds sterker in op biodiversiteit en natuurlijke verjonging, wat de houtkap beperkt.”
Toch blijft het beheer rendabel. Naast houtverkoop zorgen ook jachtrechten voor inkomsten, goed voor zo’n 80.000 euro per jaar. In de toekomst komt daar nog meer bij: op het domein in Houffalize zijn plannen voor de bouw van windmolens, wat jaarlijks minstens een half miljoen euro zou kunnen opleveren.
Zo blijft het Ardense bosgebied niet alleen ecologisch waardevol, maar ook financieel belangrijk voor de stad Brugge.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?