Tijl Nuyts met West-Vlaamse roots op shortlist Boon met ‘Grondwerk’ over naakte molrat en zinkgaten
Dichter Tijl Nuyts, opgegroeid in West-Vlaanderen, debuteert met 'Grondwerk' op de shortlist van de Boon Literatuurprijs. Vanuit een volstrekt origineel en absurd perspectief: dat van de naakte molrat. Het roze diertje, "een versteende mensenvinger, een bladwijzer van gerimpeld vlees", ondergraaft de hoofdstad. Letterlijk. Brussel raakt in de ban van gigantische zinkgaten, een metafoor voor het verval van de metropool.
Tijl Nuyts' debuut staat op de shortlist van de Boon Literatuurprijs 2026, de Vlaamse prijs voor het beste Nederlandstalige boek. Eerder werd 'Grondwerk' ook al genomineerd voor de Boekenbon Literatuurprijs 2025. De winnaar van de Boon Literatuurprijs 2026 wordt op dinsdag 24 maart bekendgemaakt in Mechelen en ontvangt 50.000 euro.
Brusselse kleigrond
Het verhaal komt wat traag op gang, maar de lezer raakt al snel in de ban van een duizelingwekkende ondergrondse wereld van tunnels, gangen en holen. Nuyts schrijft als een wervelwind: bedreven, virtuoos, met zinnen die uitdijen zoals het ondergrondse netwerk waarin het verhaal zich afspeelt. Hoofdstukken wisselen af tussen het leven van de molrat en haar kolonie in de Hoorn van Afrika en de verhaallijn in de vochtige Brusselse kleigrond.
De vrouwelijke molrat vestigt zich onder het Vaderlandsplein in Schaarbeek en baant zich een weg tot onder de Kamer. Brussel raakt in de ban van zinkgaten en instortende metrotunnels; inwoners verzetten zich op verhitte gemeenteraden. Ze lijkt willekeurig, maar uitermate bedreven te graven. Het einddoel van al die tunnels? Daarvoor wacht de molrat geduldig op instructies voor 'Het Plan' afkomstig uit de kolonie in het moederland. Intussen raakt ze bevriend met een jonge Brusselse klimaatactiviste, die een metgezel wordt en haar verhaal optekent. Er ontstaat een unieke vriendschap, ondanks de afkeer van haar soortgenoten voor de homo sapiens.
Ander perspectief
Het boek kiest radicaal voor een ander perspectief dan dat van de mens. Dat is verfrissend, maar tegelijkertijd ook bevreemdend. Het doet nadenken, maar schrikt soms ook wat af. De molrat ziet zichzelf als 'superieur' ten opzichte van de mens, die zijn eigen ondergang lijkt te organiseren. "De homo sapiens zit in een cul-de-sac", zegt de molrat. Als lezer word je een spiegel voorgehouden, zonder dat er een wijzend vingertje aan te pas komt. Het verval van de hoofdstad komt fysiek tot uiting in het boek, met straten en auto's die worden opgeslokt door het immer uitbreidende tunnelnetwerk van het hoofdpersonage.
Het boek biedt originele systeemkritiek en speelt in op actuele gebeurtenissen: van de extreme droogte in Afrika tot de overstroming in de Vesdervallei en de invasie van de hoornaar in Europa. Al blijft de lezer soms wel achter met de vraag of klimaatverandering wel het grootste probleem is voor Brussel, en niet bijvoorbeeld de opkomst van radicale ideologieën en religies of de steeds dieper wordende financiële put met de bijbehorende politieke impasse. Dat is een inhoudelijke keuze en doet niet af aan het feit dat het boek slim, avontuurlijk, vernieuwend en taalkundig bijzonder sterk is.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?