Vlaamse dierenopvangcentra voor vogels en wilde dieren vragen meer subsidies
De acht nog overgebleven opvangcentra voor vogels en wilde dieren in Vlaanderen (VOC's) hekelen dat ze onvoldoende middelen hebben om hun publieke opdracht te vervullen. Vogelbescherming Vlaanderen - die de VOC's ondersteunt - vraagt de Vlaamse regering te midden van begrotingsonderhandelingen daarom om bijkomende subsidies. In West-Vlaanderen zijn er twee VOC’s: in Beernem en Oostende.
Bram Renmans, coördinator van de erkende opvangcentra bij Vogelbescherming Vlaanderen, legt uit dat de VOC's vandaag "onder grote financiële druk" staan. "De subsidies blijven op het niveau van vóór 2015 hangen", zegt hij. Daardoor moeten ze het overgrote deel van hun financiële middelen voor hun werking, personeel, uitrusting en infrastructuur, zelf zien te vinden - "soms tot wel 80 procent". Dat terwijl zowel de werkings- en personeelskosten als de kosten per opgevangen dier de laatste jaren aanzienlijk zijn gestegen.
Ondertussen blijft ook de algemene werkdruk toenemen. Het aantal opgevangen dieren in de acht VOC's zit in stijgende lijn. In 2025 ging het om 41.115, of 8 procent meer dan in 2024. En dit jaar kwamen er tot en met augustus in totaal al 37.699 dieren binnen, ruim 14 procent meer.
Bovendien bestaat de opdracht van de VOC's al langer niet alleen meer uit de opvang van hulpbehoevende, inheemse wilde dieren, licht Renmans toe. Ze houden zich ook bezig met "educatie, sensibilisering, passieve ziektebewaking, vrijwilligerswerk en dataregistratie". Daarnaast zitten ze onder impuls van het Agentschap voor Natuur en Bos in een professionaliseringstraject, met onder andere hogere standaarden en betere uitrusting, waardoor de investeringsnoden verder stijgen.
Renmans heeft het over "een precaire situatie" die "niet alleen de gezondheid van onze inheemse wilde dieren, maar ook onze eigen gezondheid hypothekeert". "Daarom vragen de VOC's bijkomende middelen."
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?