Van een unieke werkplek gesproken: daarom klimmen dakwerkers 2 keer per jaar naar de top van het Brugse Belfort
Twee keer per jaar trekken dakwerkers van de stad Brugge naar een plek waar bijna niemand ooit komt: het dak van het Belfort, op 84 meter hoogte. Daar verwijderen ze bladeren, vuil en duivenuitwerpselen, zodat het regenwater er opgevangen kan worden. Dat krijgt daarna een opvallende bestemming: het toilet van de beiaardier.
Na 366 treden en enkele ladders bereiken Jurgen Tavernier en Thomas Streuve de top van het Belfort. Hun opdracht is het dak en de goten schoonmaken en controleren, zodat het regenwater vlot kan worden afgevoerd en opgevangen.
"Als we dat niet doen, stapelt het vuil zich op en krijg je problemen. Zo houden we ons patrimonium in ere, met in dit geval een spectaculair uitzicht", zegt schepen van Patrimonium Pieter Marechal.
"Zo houden we ons patrimonium in ere, met in dit geval een spectaculair uitzicht."
Toch is het Belfort niet de moeilijkste klus. "Sommige goten langs de reien zijn veel lastiger bereikbaar. Daar moeten we soms met een hoogtewerker of zelfs met een bootje naartoe. Dat maakt het werk net avontuurlijk."
Toilet van beiaardier
Het onderhoud is belangrijk, want het dak doet ook dienst als opvangplaats voor regenwater. Dat water wordt verzameld in een reservoir en gebruikt om het toilet van de beiaardier door te spoelen. "Water helemaal tot boven brengen is in een middeleeuws gebouw niet evident. Daarom vangen we het regenwater hier op en gebruiken we het ter plaatse", zegt Marechal.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?