Bijna dertig jaar geleden werd het Duitse meisje Carola Titze in De Haan vermoord. De zaak is altijd onopgelost gebleven, maar gerechtsjournalist Faroek Özgünes denkt dat er daar iets aan kan veranderen nu er DNA van de vermoedelijke dader naar de FBI in de Verenigde Staten is gestuurd. Op de eerste editie van ‘Crime Festival’ in De Haan heeft de VTM-journalist een uiteenzetting gegeven over de moord op het meisje van 16.
In juni 1996 gaat de 16-jarige Carola Titze op vakantie in De Haan. Plots is ze spoorloos en zes dagen na haar verdwijning wordt haar lichaam teruggevonden in de Duinenbossen. Op de plaats van de moord kunnen speurders zakdoekjes en nagelvuil verzamelen, welicht met DNA van de vermoedelijke dader. Maar 30 jaar geleden stond DNA-onderzoek nog in de kinderschoenen.
“Dat DNA-materiaal wordt nu gestuurd naar een gespecialiseerd lab van de FBI in Quantico, omdat ze over de technieken beschikken om daar een DNA-profiel uit te halen. Als je dat hebt, zijn er veel mogelijkheden. Je kan dat profiel vergelijken met andere profielen in de databanken”, duidt Özgünes.
Het gerecht spitste de aandacht vooral toe op een Duitse jongeman en verspreidde een robotfoto in binnen- en buitenland. “Iemand van rond de 19 jaar met wie Carola het laatst gezien is de avond voor haar verdwijning. Hij was iemand die pochte over zijn gerechtelijk verleden, die daar maar kort verbleven heeft en daarna weer vertrokken is. Voor de speurders was dit de enige aanwijzing en directe link die ze konden leggen”, vertelt Özgünes.
De jonge Duitser werd nooit gevonden. Even komen ook Dutroux en Ronald Janssen in beeld en zelfs de Duitser Christian Brückner, die genoemd werd in de verdwijning van Madeleine McCann. Maar alle sporen lopen dood. En nu, 30 jaar later, kan de wetenschap misschien wel onderzoeken, wat toen nog onmogelijk was.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?