In Menen loopt bij 20 inwoners een intensief onderzoek naar schadelijke luchtvervuiling. Zij zorgen voor urinestalen en vullen een vragenlijst in over wat ze eten. Bij zes van hen staat ook een meettoestel in de tuin.
De overheid hoopt zo de bron te achterhalen van de zogenoemde PAK’s, dat zijn gevaarlijke stoffen die ontstaan bij verbranding, zoals uitlaatgassen of industriële verbranding.
Twintig inwoners kregen de vraag om mee te doen aan het onderzoek.In Menen leeft er al lang bezorgdheid over dioxine. En het wel of niet mogen eten van groenten van eigen kweek en eieren van eigen kippen. Vroeger werd het afgeraden, nu zou de kwaliteit van buitengroenten al iets beter zijn.
De deelnemers moeten bijhouden wat ze precies eten. Eenmaal per week moeten ze ook een staal nemen van hun eigen urine. Die wordt in de diepvries bewaard. De studie komt er, na een groot onderzoek bij 200 jongeren uit Menen. Uit hun bloed en urine blijkt dat zij meer van sommige milieuvervuilende stoffen hebben dan elders in Vlaanderen. Zoals die gevaarlijke PAK’s die ontstaan bij verbranding.
Doel van de studie is de bron van de vervuiling te vinden. Het onderzoek duurt nu vier weken. Van de winter wordt het nog eens herhaald. Aan de hand van de resultaten zal bekeken worden hoe de blootstelling aan gevaarlijke stoffen kan worden verminderd.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?