Nieuwe tunnel ‘Unescopassage’ aan station Brugge opent voor fietsers en voetgangers
Aan het station van Brugge opent vandaag de nieuwe fiets- en voetgangerstunnel onder de Koning Albert I-laan. De Unescopassage moet zorgen voor een veiligere en vlottere verbinding tussen de Boeveriestraat en het Koning Albert I-park.
Na maanden werken gaat de Unescopassage aan het station van Brugge open voor fietsers en voetgangers. De tunnel is een eerste belangrijke stap in de heraanleg van de stationsomgeving en vormt een nieuwe ongelijkvloerse verbinding onder de drukke R30.
“Met de opening van de Unescopassage krijgen fietsers en voetgangers er een veilige en vlotte verbinding bij”, zegt burgemeester Dirk De fauw. “Dat is een belangrijke verbetering voor iedereen die zich in de stationsomgeving verplaatst.”
Betere verkeersveiligheid
De passage maakt onder meer een rechtstreekse route mogelijk tussen de Boeveriestraat en het Koning Albert I-park. Fietsers hoeven daardoor niet langer gebruik te maken van de tijdelijke oversteek aan het Stationsplein. Ook voor wie vanuit Sint-Michiels, Assebroek of Sint-Kruis naar het station fietst, moet de verbinding een verschil maken.
Volgens Vlaams minister Annick De Ridder verhoogt de tunnel ook de verkeersveiligheid. “Gemotoriseerd verkeer en voetgangers en fietsers komen niet langer met elkaar in conflict. Dat maakt het veiliger én zorgt voor een vlottere doorstroming.”
Nog niet volledig klaar
De tunnel is bij opening nog niet volledig afgewerkt. Metselwerk en definitieve verlichting volgen later, maar volgens schepen Franky Demon was wachten geen optie. “We kiezen er bewust voor om deze veilige verbinding nu al in gebruik te nemen. Dit is de eerste van drie onderdoorgangen die een conflictvrije kruising met de R30 mogelijk maken.”
De Unescopassage maakt deel uit van een project van Stad Brugge, het Agentschap Wegen en Verkeer en de provincie West-Vlaanderen. Op termijn moet ook de F6 fietssnelweg zo doorgetrokken worden tot in het Brugse stadscentrum.
© Stad Brugge
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?