BIN's of buurtinformatienetwerken luiden de alarmbel. Ze hebben meer begeleiding en meer ondersteuning van de overheid nodig.
Er zou te weinig overleg zijn met de overheid, alsook tussen de BIN's onderling. “Het gaat over opleidingen, evaluatie en mensen met elkaar te laten spreken, aldus de Bin-betrokkenen in een interview met de redactie van Radio 2 West-Vlaanderen.
BIN's houden in de buurt een oogje in het zeil en als er iets verdacht is, dan melden ze het aan de politie. Een buurtinformatienetwerk is een samenwerking tussen burgers en lokale politie in een bepaalde buurt, om inbraken en diefstallen tegen te gaan. Tot 2009 waren alle BIN's in één enkele vzw gegroepeerd. Er kwamen echter steeds meer BIN's bij en de vzw werd te groot om gerund te worden door vrijwilligers. De vzw werd ten slotte opgedoekt en de coördinatie werd overgenomen door Binnenlandse Zaken. En daar knelt nu het schoentje.
West-Vlaanderen
In West-Vlaanderen, klinkt alvast eenzelfde geluid. Wat van nut zou zijn is dat de Bins van de federale overheid ondersteuning krijgen om bijvoorbeeld sociale media en sms-systemen in te voeren. Ze moeten mee evolueren, denkt de politiezone Tielt. Ook Carl Decaluwé, gouverneur van West-Vlaanderen, heeft alvast begrip voor de noodkreet. "In West-Vlaanderen moeten we dat mee integreren in onze nieuwe aanpak tegen woninginbraken."
669 buurtinformatienetwerken in het land
Op 1 december 2014 waren er in ons land 669 BIN’s goedgekeurd. De meeste buurtinformatienetwerken in ons land situeren zich in de provincie Antwerpen (330), gevolgd door Oost-Vlaanderen (201) en West-Vlaanderen (62). Het initiatief kent veel minder succes in Waals-Brabant (16), Vlaams-Brabant (15), Namen (13), Henegouwen (12), Luik (8), Luxemburg (6), Limburg (4) en Brussel (2).
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?