Beklaagden schuiven verantwoordelijkheid door in zaak rond dodelijke val in werfput Izegem
In de Kortrijkse politierechtbank moesten zich vandaag zes beklaagden verantwoorden voor hun rol bij een dodelijke val in een slecht aangeduide werfput in Izegem. Het gaat om de hoofdaannemer, de onderaannemer en twee arbeiders. Het slachtoffer, de 58-jarige Piet Sintobin, kwam daarbij om het leven.
De zaak draait rond een dodelijke val in de nacht van 26 januari 2022. Toen viel het slachtoffer op de terugweg van een cafébezoek in een diepe werfput op de Korenmarkt. De brandweer snelde ter plaatse om de man uit de put te halen, maar hij overleed een dag later.
Al gauw bleek dat de werfput slecht was aangeduid en niet voldoende beveiligd. "Voor ons is het duidelijk", zegt adovcaat Pieter Soens namens een van de broers van het slachtoffer. "Was de put beter beveiligd, dan was er geen dodelijk slachtoffer te betreuren. Zelfs de raadsman van een van de klaagden gaf aan dat een ongeval onvermijdelijk was."
"Slachtoffer mee verantwoordelijk"
De beklaagden, de aannemer en onderaannemer, hun directeurs en twee arbeiders stonden terecht voor onopzettelijke doding. De betrokkenen schuiven alle verantwoordelijkheid van zich af en spelen de zwartepiet naar elkaar door. Ook het slachtoffer werd medeverantwoordelijk gehouden. "De verdediging stelt dat Piet Sintobin mee verantwoordelijk zou zijn omdat hij geïntoxiceerd was, maar dat is naast de kwestie. Vroeg of laat zou daar een ongeluk gebeuren", aldus advocaat Pieter Soens.
De rechter doet uitspraak op 13 januari.
De hoofdaannemer en onderaannemer waren aanwezig tijdens de pleidooien.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?