Net als voor heel wat kinderen zit de schoolvakantie er ook voor de schoolbuschauffeurs in onze provincie bijna op. De 120 chauffeurs van mobiliteitsbedrijf Keolis halen hun bussen weer van stal, maar krijgen eerst nog een opfriscursus rond verkeersveiligheid. Vanaf volgende week vervoeren ze opnieuw dagelijks zo’n 2.500 kinderen.
De chauffeurs frissen onder meer hun kennis van de wegcode en veilige manoeuvres op. Ook het correct vervoeren en vastmaken van kinderen komt aan bod. De extra aandacht komt er enkele maanden na het dodelijke ongeval met een kleine schoolbus in Buggenhout, waarbij vorig jaar vier mensen om het leven kwamen.
"Het is de bedoeling dat wij als mobiliteitsbedrijf hen ook de omkadering geven om verantwoordelijk, vlot en veilig de baan op te kunnen."
Toch ligt de lat volgens Keolis niet hoger sinds dat ongeval. "De wegcode is complex. Het verkeer wordt sneller en uitgebreider. Er ligt heel veel druk op buschauffeurs. Maar het is wel de bedoeling dat wij als mobiliteitsbedrijf hen ook de omkadering geven om verantwoordelijk, vlot en veilig de baan op te kunnen", zegt Brend Van Ransbeeck van Keolis. "Ligt de lat hoger sinds het ongeval? Absoluut niet."
"Nuttig"
Buschauffeur Annemie Goeminne vindt de opfriscursus alvast nuttig. "Je ziet hoe je veilig de kinderen kan meenemen. Dat ze goed vastzitten, zoals een mens in de zetel, in de autocar", zegt ze.
Annemie kijkt hoe dan ook uit naar de start van het schooljaar. "Ik doe dat heel graag. Ik vind dat plezant. De kinderen veilig ophalen en naar school brengen. Ik heb ook een goede band met de kindjes op mijn bus. Ook met de busbegeleidster. Ik vind het prachtig om dat te kunnen doen."
Keolis hoeft voorlopig geen extra schoolbuschauffeurs te zoeken. Volgens Van Ransbeeck spreekt de job verschillende profielen aan, onder meer mensen die belang hechten aan een goede werk-privébalans en gepensioneerden die actief willen blijven. De chauffeurs werken met gesplitste diensten, met een rit in de ochtend en opnieuw in de namiddag.
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?