Het openbaar ministerie vraagt vijftien jaar cel voor een gijzeling in de gevangenis van Brugge vorig jaar. Een gevangene heeft toen een cipier urenlang gegijzeld met een steekwapen.
Faton S. (30) gebruikte in februari 2021 een zelfgemaakt steekwapen om een vrouwelijke cipier urenlang te gijzelen. Dat deed hij om een vrijlating te eisen van zijn broer en zijn vader, die in andere gevangenissen zitten. Voor zichzelf eiste hij een helikopter. Na uitgebreide onderhandelingen gaf de Kosovaar zich uiteindelijk over. De cipier kwam er met de schrik vanaf.
"Grote impact op slachtoffer"
De burgerlijke partij wierp op dat de feiten een enorme impact hebben gehad op het slachtoffer, dat pas zes maanden in dienst was. Tijdens de gijzeling hield S. onafgebroken zijn arm rond haar hals. Tegelijk hield hij ook zijn wapen tegen haar hals. Het slachtoffer heeft nog altijd last van haar schouders, nek en rug. "Haar lichaam is helemaal geblokkeerd door drie uur lang verkrampt onder enorme stress te staan", aldus meester Dries Ronsse. Ook op psychologisch vlak gaat de jonge vrouw nog steeds gebukt onder de gijzeling. De vrouw werkt zelfs op een andere dienst, waar ze minder contact heeft met gedetineerden.
De verdachte zit momenteel al 22 jaar cel uit voor zijn betrokkenheid bij een moord in 2013. Nu heeft het openbaar ministerie dus ook 15 jaar cel gevorderd voor de gijzeling.
"Gevaar voor maatschappij"
Ondertussen liep hij ook al twee veroordelingen op voor geweldplegingen in de gevangenis van Hasselt en Dendermonde. Binnenkort moet hij zich ook nog verantwoorden voor slagen aan een medegedetineerde in Brugge. Het openbaar ministerie merkte daarom op dat S. duidelijk een gevaar vormt voor de maatschappij. "We moeten de maatschappij zo lang mogelijk tegen hem beschermen", aldus procureur Saskia Schepens.
Daarnaast werd nog benadrukt dat de beklaagde zijn daden wel degelijk goed gepland had. Zo had hij de datum van de feiten twee keer omcirkeld op een kalender.
Beklaagde excuseert zich
De verdediging pleitte dat de beklaagde zich in een uitzichtloze situatie bevond. S. had net te horen gekregen dat hij zou overgebracht worden naar een Kosovaarse gevangenis. De beklaagde ging akkoord met een terugkeer naar Kosovo, maar dacht dat hij dan op vrije voeten zou zijn. In zijn thuisland zou hij echter twee derden van zijn straf moeten uitzitten, terwijl hij in België rekende op een vrijlating na een derde. "Hij kent niets of niemand in Kosovo en had schrik van de uitzichtloosheid", aldus meester Frank Scheerlinck.
In het pleidooi werden ook de moeilijke leef- en werkomstandigheden in de Belgische gevangenissen gehekeld. De beklaagde nam zelf ook het woord: "Het is een lange periode dat ik zit, zo gemakkelijk is het voor mij ook niet." Anderzijds drukte hij ook zijn spijt uit tegenover het slachtoffer. "Ik wil me van diep in mijn hart verontschuldigen. Ik hoop dat je er geen trauma aan overhoudt."
De rechter doet uitspraak op 6 mei.
Lees ook:
Taalfout opgemerkt?
Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?