Assi­sen dub­be­le moord: ik was niet in mijn nor­ma­le doen”

Op het assisenproces tegen een man van 74 uit Blankenberge heeft de beschuldigde beweerd dat hij pas na de feiten besefte dat hij zijn zoon en echtgenote met messteken om het leven had gebracht.

Na de Tweede Wereldoorlog begonnen de ouders van de beschuldigde een fruitwinkel in Blankenberge. Zijn leven stond er altijd in het teken van. "Goh, ik leefde voor mijn gezin. De winkel was ons beroep. In mijn achterhoofd dacht ik dat we later wel gingen profiteren, maar niet toen het ijzer heet was."

Ook zijn zoon begon op 17-jarige leeftijd voltijds in de fruitwinkel te werken. Enkele jaren later werd hij zelfs eigenaar. Toen zijn zoon enkele jaren later werd aangereden was de winkel al een tijd verlieslatend.  Ook zijn vader had ontdekt dat hij de zaken had laten slabakken. "Ik had niet verwacht van daar zoveel afval en rommel te vinden, maar het was niets dat niet kan opgelost worden."

De avond van de feiten had de vader samen met zijn zoon gekeken naar een voetbalwedstrijd op televisie. De beschuldigde herinnert zich enkel nog dat hij 's nachts opstond om naar het toilet te gaan. "Dan ben ik pas duidelijk wakker en tot mezelf gekomen toen ik zelf geconstateerd had wat er gebeurd is. Ik stond daar in mijn onderbroek en heb de politie gebeld."

Niet bewust

Voorzitter Boudewijn Desmet merkte op dat hij in zijn eerste verhoor wel alles in detail kon vertellen. "Nee, ik sta hier niet te liegen. Toen heb ik verklaard hoe het kon gebeurd zijn." "Ge hebt uw zoon en uw vrouw de keel overgesneden. Zeg toch een keer wat er gebeurd is. Neem toch een keer uw verantwoordelijkheid op", probeerde de voorzitter nog. De beschuldigde bleef echter bij zijn stelling. "Ik was niet in mijn normale doen. In mijn tweede slaap is dat uitgebarsten. Ik heb hem nooit willen doden, dat bestaat niet. Ik heb dat niet bewust gedaan."

Belga

Taalfout opgemerkt?

Heb je een taal- of schrijffout opgemerkt in dit artikel?